KAART - AFBEELDINGEN  -
ARCHITECTUURGIDS.NL / ARCHITECTUREGUIDE.NL
BURGERWEESHUIS AMSTERDAM
A.E. VAN EYCK, 1955-1960, IJsbaanpad 3, Amsterdam
Burgerweeshuis Amsterdam / Orphanage Amsterdam ( A.E. van Eyck )
© Jan Derwig

ARCHITECT(ENBUREAU):
Aldo van Eyck

RESTAURATEUR:
Aldo van Eyck

GEBOUWTYPE:
Bijzondere huisvesting


GERELATEERDE GEBOUWEN:
Kantoorgebouw Tripolis

Niet lang na de publicatie van 'Het verhaal van een andere gedachte' (Forum 1959-7) krijgt de zgn. Forumgroep naast een geschreven ook een gebouwd manifest: het Burgerweeshuis in Amsterdam. De ideeën van de architect Aldo van Eyck zijn, kort samengevat:
- de complexiteit van het maatschappelijk leven moet niet in rationele analyses en ordeningen uiteenvallen, maar door architect én stedenbouwer als ruimtelijke en maatschappelijke totaliteit verbeeld worden;
- het positivistische mensbeeld wordt vervangen door een idealistische mensvisie; mensen in verschillende tijdperken en culturen hebben dezelfde behoeften en intuïties;
- de architect moet zich verzetten tegen de technocratie: de bureaucratisering, de verwetenschappelijking en de scheiding van architectuur en stedenbouw.
Een hoofdthema in zijn werk is de meerduidigheid; eenheid in veelheid, veelheid in eenheid. Schijnbaar wezensvijandige deelaspecten worden verzoend in zgn. duo-fenomenen als openheid/geslotenheid, eenheid/verscheidenheid, eenvoud/complexiteit, binnen/buiten, individu/gemeenschap, centraal/decentraal.
In het weeshuis vormen de verschillende programmaelementen een wijd, complex patroon, 'een kleine stad'. Om dit patroon herkenbaar en homogeen te maken, worden alle elementen aan één structureel en constructief principe onderworpen. Vier ronde kolommen zijn aan twee zijden overspannen door een betonnen latei en afgedekt met een betonnen koepel/schaal. Een configuratie van een aantal van deze ruimtes vormt samen met een grotere vierkante ruimte een kinderafdeling, gemarkeerd door een grotere koepel. Het gebouw heeft acht van deze kinderafdelingen, ingedeeld naar leeftijdsgroep. De oudere groepen (10-20 jaar) hebben een slaapverdieping en een open buitenruimte; de jongere groepen (0-10 jaar) hebben een omsloten buitenruimte (patio). In totaal werd het gebouw bewoond door circa 125 kinderen, tijdelijk of blijvend zonder thuis.
In de interieurs zijn vele verrassende effecten bereikt met niveauverschillen, cirkelvormige verdiepte of verhoogde gedeeltes en een diagonale gerichtheid van aandacht en activiteiten. De afdelingen worden verbonden door een binnenstraat met dezelfde ruige materialen als het exterieur en verlicht met straatlantaarns. Naast de geschakelde afdelingen bevat het gebouw enige grotere zalen voor feesten, recreatie en sport, een centrale keuken en wasafdeling, een ziekenafdeling, een administratiegedeelte en enkele dienstwoningen. Deze laatste zijn op de verdieping gelegen en vormen een langgerekte, natuurlijke overkapping van het entreegebied.
Het interieur van het gebouw is inmiddels diverse malen gewijzigd, parallellopend met wisselende sociaalpedagogische trends; Van Eyck: 'Er is verwoestend mee omgesprongen'. Eind 1986 culmineert deze continue verminking in het plan om de helft van het gebouw af te breken. Een grootscheepse internationale protestactie onder aanvoering van Herman Hertzberger resulteerde in het behoud van het Burgerweeshuis. Nadat het gebouw korte tijd is gebruikt door het Berlage Instituut is het nu een bedrijfsverzamelgebouw.