KAART - AFBEELDINGEN  -
ARCHITECTUURGIDS.NL / ARCHITECTUREGUIDE.NL
KOOPMANSBEURS
H.P. BERLAGE, 1884-1903, Beursplein/Damrak 267, Amsterdam
Koopmansbeurs / Exchange ( H.P. Berlage )
© 2006 Jan Derwig

ARCHITECT(ENBUREAU):
Hendrik Pieter Berlage

BEELDEND KUNSTENAAR:
Lambert Zijl
Joseph Mendes da Costa
Richard Roland Holst
Antoon Derkinderen
Jan Toorop

RESTAURATEUR:
Kees Spanjers
Pieter Zaanen

GEBOUWTYPE:
Kantoorgebouwen
Musea en tentoonstellingsgebouwen

STAAT:
P. Zaanen, C. Spanjer (rest., AGA-zaal 1990)


GERELATEERDE GEBOUWEN:
Effectenbeurs

De totstandkoming van een nieuwe koopmansbeurs ter vervanging van het oude gebouw van Zocher uit 1845 heeft een lange voorgeschiedenis. Reeds aan het eind van de jaren zeventig dienen verschillende architecten, gevraagd en ongevraagd, plannen in voor diverse locaties. In 1884 wordt een prijsvraag uitgeschreven, welke na 199 inzendingen en een tweede ronde voor vijf geselecteerde ontwerpteams (o.a. Berlage) een slepende affaire wordt met een plagiaatkwestie en onverkwikkelijke stijlcontroversen. Aan de voortvarendheid van wethouder Treub is het te danken dat Berlage in 1896 een nieuw schetsplan (zonder gevels) mag ontwerpen en in 1898 de definitieve opdracht voor een nieuwe beurs krijgt. De plattegrondopzet ligt al in grote lijnen vast en wordt bepaald door functionele eisen. Het ontwerp is gebaseerd op een geometrisch verhoudingenstelsel. Voor de gevels gebruikt Berlage de zgn. Egyptische driehoek, i.e. de verhouding 5:8. De plattegronden zijn gebaseerd op een praktische moduul van 3,80 m. Opvallend aan het exterieur is de grote eenheid. De verschillende functies, zoals kantoren, entrees en de drie grote zalen voor goederen, granen en effecten, zijn ondergeschikt gemaakt aan de totaliteit van de gevel. De gestrekte lange gevel aan het Damrak vormt een doorlopend vlak met vensterpartijen, verlevendigd door verticale elementen. In de oostgevel stuiten de grote rechthoekige zalen op de scheve rooilijn. Berlage gebruikt vele middelen om dit divergeren te accentueren, o.a. door lage bebouwing langs de rooilijn en een dubbele gevel. De twee korte gevels bestaan meer uit een verzameling losse bouwdelen. Aan de zuidzijde is de toren asymmetrisch geplaatst t.o.v. de hoofdentree. De noordgevel is zeer fragmentarisch en heeft, omdat de graanbeurs ver naar achteren ligt en slechts met een lage galerij is afgesloten, een groot 'gat' in de gevelwand. De grote zalen zijn overspannen door in het zicht gelaten gebogen stalen spanten. Het ornament is in de totale compositie van het gebouw opgenomen en vormt veelal een expressie van een functie, zoals natuurstenen consoles, sluitstenen en lateien, hang- en sluitwerk en afvoerpijpen.
In de Nederlandse architectuur zijn Berlage en de Beurs synoniemen geworden voor het begin van de moderne architectuur. Het gebouw, op de grens van twee eeuwen gebouwd, vormt een overgang van neostijlen en art nouveau naar zakelijkheid, van fantasie en romantiek naar rationalisme. Het werk dient als voorbeeld voor zowel de architecten van de Amsterdamse School als voor de modernen. Als er in 1959 plannen zijn voor verbouw of zelfs afbraak protesteert de Nederlandse architectuurwereld unaniem. Vanaf 1984 zijn de beursactiviteiten geleidelijk naar nieuwbouw verplaatst. De Beurs van Berlage heeft sindsdien een culturele bestemming: de grote zaal (Goederenbeurs) wordt gebruikt voor tentoonstellingen en manifestaties, de twee kleine zalen zijn in gebruik als concertzaal (Effectenbeurs) en concertzaal/repetitieruimte (Graanbeurs), de kantoren zijn verhuurd aan bedrijven in de culturele sector en de hoofdentree is verbouwd tot grand-café. De restauratie van de Beurs is het werk van de in theaterbouw gespecialiseerde architect Pieter Zaanen; de nieuwe toevoegingen zijn contrasterend en zoveel mogelijk losgehouden van het bestaande gebouw. Niet onomstreden is de zgn. AGA-zaal, een glazen doos waarbij gebruik is gemaakt van een afgespannen glasconstructie waardoor een zo transparant mogelijke neutrale doos werd gecreëerd die de ruimte intact laat.